Categorie: Counter Terrorism

september 30, 2006 News Releases 0 Comments

Op Dinsdag 11 september 2001 werden de Verenigde Staten (V.S.) getroffen door de zwaarste reeks terreuraanslagen in de geschiedenis. [1] Om 8.45, lokale tijd, boorde zich een Boeing 767 van American Airlines met 92 mensen aan boord in de meest noordelijke van de twee torens van het World Trade Center (WTC) te New York City. Op dat moment dacht iedereen nog even aan een fatale fout. Dat het om kwade opzet ging, werd pas duidelijk toen vijftien minuten later een Boeing 767 van United Airlines met 64 passagiers en bemanningsleden dwars door de zuidelijke toren vloog. Dat fanatieke terroristen het eens zo machtige Amerika met zelfmoordacties onder vuur hadden genomen, werd pas beseft na de kamikazeaanval met een Boeing 767 van United Airlines op het Pentagon in Washington D.C. om 9.45 en het neerstorten van een gekaapte Boeing 757 van United Airlines 130 kilometer ten zuidoosten van Pittsburg om 10.00. [2] Door deze serie aanslagen was het economische – en militaire hart van de V.S. vernietigd, en vielen er een hele hoop dodelijke slachtoffers te betreuren. Zodoende vormden deze gecombineerde vier aanslagen een terroristische uitbarsting van een ongekend indrukwekkende monsterlijkheid.

september 8, 2006 News Releases 0 Comments

De uitoefening van deze bijzondere opsporingsbevoegdheden resulteert in een inbreuk op het in art. 8 lid 1 EVRM gegarandeerde recht op respect voor een ieders correspondentie. Onder correspondentie vallen alle vormen van informatieoverdracht, waaronder naast briefwisseling ook telefoonverkeer en andere vormen van telecommunicatie. Op grond van accordance with the law kan er een inbreuk worden gemaakt op het in art. 8 lid 1 gegarandeerde recht op respect voor een ieders correspondentie.

september 8, 2006 News Releases 0 Comments

De Nederlandse regelgeving inzake het strafvorderlijk onderzoek van de telecommunicatie kent, in tegenstelling tot Franse – en Duitse regelgeving, een overlap van taken en bevoegdheden tussen de Rechter – Commissaris en de Officier van Justitie. In tegenstelling tot de Franse – en Duitse regelgeving inzake het strafvorderlijk onderzoek van de telecommunicatie, kent de huidige Nederlandse regelgeving een overlap van taken en bevoegdheden tussen de RC en de OvJ. Deze overlap wordt veroorzaakt doordat het Wetboek van Strafvordering twee hoofdlijnen kent.

september 8, 2006 News Releases 0 Comments

In Nederland bestaat, in tegenstelling tot Frankrijk en Duitsland, onder bepaalde omstandigheden de mogelijkheid tot het Opnemen van de Telecommunicatie gevoerd door gedetineerden met personen buiten de muren van het huis van bewaring of de gevangenis. Dit is erg voordelig met het oog op de terrorismebestrijding.

september 8, 2006 News Releases 0 Comments

In Nederland doet de OvJ schriftelijk mededeling aan de betrokkene van de uitoefening van de bovenstaande opsporingsbevoegdheid, zodra het belang van het onderzoek dat toe laat (art. 126bb lid 1, 1ste volzin Sv). Een mededeling blijft echter achterweg, indien de uitreiking van de mededeling redelijkerwijs niet mogelijk is (art. 126bb lid 1, 2de volzin Sv), en indien de betrokkene de verdachte is, en hij op basis van art. 126aa lid 1 of lid 4 Sv met de bevoegdheidstoepassing op de hoogte komt (art. 126bb lid 3 Sv).

september 7, 2006 News Releases 0 Comments

In Nederland wordt door de wetgever bepaald, dat de OvJ zelf kan beslissen of een vordering van inlichtingen inzake verkeersgegevens al dan niet noodzakelijk is (artikelen 126n lid 1 en 126u lid 1 Sv), en hoeft dus voor het toepassen van deze opsporingsbevoegdheid geen toestemming te vragen aan de RC. Door de Nederlandse wetgever wordt, in tegenstelling tot de Duitse wetgever niet aan gegeven of de vordering mondeling of schriftelijk dient te geschieden, wat de vordering dient te bevatten qua gegevens, hoelang de vordering mag worden toegepast, en hoe vaak de vordering mag worden herhaald. Op basis van artikelen 126n lid 1 en 126u lid 1 Sv kan worden aangenomen dat de vordering slechts het verkeer kan betreffen dat plaatsgevonden heeft. Geredeneerd zou kunnen worden, dat een vordering met onbepaalde werking in de toekomst uitgesloten is.

september 7, 2006 News Releases 0 Comments

In Nederland geldt voor het (reactief) vorderen van inlichtingen, dat er ex 126n lid 1 Sv voldoen moet zijn aan een drietal vereisten, namelijk: 1) Er dient sprake te zijn van een ontdekking van een strafbaar feit (zowel misdrijven als overtredingen) op heterdaad (art. 128 Sv), of een verdenking (op redelijke gronden) van een misdrijf ex art. 67 lid 1 Sv, waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, of een verdenking van het misdrijf computervredebreuk (art. 138a Sr), 2) De vordering dient in het belang van het opsporingsonderzoek te zijn, en 3)Het vermoeden bestaat dat de verdachte aan het verkeer heeft deelgenomen.[2]

september 7, 2006 News Releases 0 Comments

In Nederland kan de OvJ bepalen dat de gegevens die m.b.v. het (reactief) Opnemen van de Telecommunicatie verkregen zijn, gebruikt kunnen worden voor a) Een ander strafrechtelijk onderzoek dan dat waartoe de bevoegdheid is uitgeoefend (art. 126dd lid 1 sub a Sv), en b) Opslag in het register zware criminaliteit, indien het gegevens betreft omtrent een persoon als bedoeld in art. 13a lid 1 sub a t/m c Wet Politieregisters (art. 126dd lid 1 sub b Sv).[1] Indien de OvJ bepaalt dat die gegevens mogen dienen ten behoeve van een andere strafzaak, dan betekent dat de opheffing van de vernietigingsplicht tot een nader tijdstip, te weten: zodra de andere strafzaak is beëindigd (art. 126dd lid 2, 1ste volzin Sv). Vindt er een opslag plaats, zoals bedoeld onder sub b van art. 126dd lid 1 SV, dan worden de gegevens vernietigd, als de Wet Politieregisters opslag van die gegevens niet meer toestaat (art. 126dd lid 2, 2de volzin Sv).